×

Welcome back! Whilst you were away we added the functionality to view auctions and bid in pounds.

We are hiring!

Doobie Brothers, The vinyl & cd's (101 geselecteerd van 102)

"The Doobie Brothers" is een Amerikaanse rockband afkomstig uit San Jose, Californië. De kern wordt gevormd door de zangers/gitaristen Tom Johnston en Pat Simmons. De band is vooral bekend van hun hits "Long Train Running", "What a Fool Believes" en "List Lees verder

1 2 3 Volgende naar pagina:

Filter:
Icon-shop Te koop
Fotogalerij / Lijst / Vitrine
 
Afbeelding 1 | 2

Tip: wil je alle 101 items toevoegen, selecteer dan geen enkel item en klik op bulk toevoegen.

Doobie Brothers, The

1feacf86-9d8e-11e5-932c-a95e86022e48
Aantal items
102
Aantal curiosa items
Gerelateerd (1)
Oudste item
The Doobie Brothers (1971)
Nieuwste item
Radio 2 Top 2000 (2006)
Duurste item
What a fool believes (€ 15,00)

The Doobie Brothers is een Amerikaanse rockband afkomstig uit San Jose, Californië. De kern wordt gevormd door de zangers/gitaristen Tom Johnston en Pat Simmons. De band is vooral bekend van hun hits Long Train Running, What a Fool Believes en Listen to the Music. De band heeft wereldwijd meer dan 40 miljoen albums verkocht.

De band wordt in 1969 opgericht door zanger/gitarist/songschrijver Tom Johnston en drummer John Hartman. Ze werden aan elkaar voorgesteld door Moby Grape-gitarist Skip Spence. De band heet in eerste instantie Pud, experimenteert met zowel de bezetting als met diverse muziekstijlen en doet optredens in de omgeving van San José. Ze vormen hoofdzakelijk een trio met bassist Greg Murphy en krijgen tijdelijk versterking van een blazerssectie.

In de loop van 1970 komen bassist Dave Shogren en zanger/gitarist/songschrijver Patrick Simmons bij de band. Simmons heeft dan al bij diverse andere bands gespeeld, ook als solo-artiest. Hij is een begenadigd fingerstyle gitarist en zijn stijl past uitstekend bij de ritmische aanslagtechniek van Johnston. De uiteindelijke bandnaam wordt bedacht door een huisgenoot van Johnston. Het is hem opgevallen dat de jongens gek zijn op doobies (de Californische benaming voor joint, stickie) en bovendien vindt hij het veel beter klinken dan Pud.

De Doobie Brothers schaven hun speeltechniek bij door veelvuldig op te treden in Noord-Californië in 1970. Vooral bij de lokale afdelingen van de "Hells Angels" vergaart de band grote populariteit en krijgt op die manier een residentie in het "Chateau Liberte", ook een favoriete locatie van de "Hells Angels". Een van deze energieke optredens (in 1980 uitgebracht als de bootleg Introducing The Doobie Brothers) bezorgt de band een platencontract bij Warner Bros. In deze periode is het imago van de band nog gelijk aan dat van hun grootste fans; leren jacks en motoren. Het in april 1971 uitgebrachte debuutalbum (geproduceerd door Ted Templeman) brengt daar verandering in: het bevat duidelijke country-invloeden en legt vooral de nadruk op akoestische gitaren. De eerste single, Nobody, wordt geen hit maar is vandaag de dag nog regelmatig te horen bij liveoptredens. Tijdens de bijbehorende tournee wordt de bezetting uitgebreid met percussionist/tweede drummer en oud-marinier Michael Hossack. Als de Doobie Brothers daarna de studio ingaan om hun tweede album op te nemen krijgt Shogren ruzie met Templeman en houdt hij het voor gezien. Tiran Porter, met wie Simmons in "Scratch" heeft gespeeld, wordt de nieuwe bassist; zijn stijl is funkier en zijn baritonstem is een aanvulling op de samenzang van Johnston en Simmons.

In augustus 1972 verschijnt de single Listen To The Music die op 2 september de 11e plaats in de Billboard top 100 haalt. Het is de voorbode van het tweede album Toulouse Street dat in oktober wordt uitgebracht. Samen met Templeman, manager Bruce Cohn en geluidsman Don Landee, maar ook met hulp van Little Feat-pianist Bill Payne, is de band erin geslaagd om een gepolijste smeltkroes van R&B, country, bluegrass, heavy metal en rock-'n-roll neer te zetten en dankzij een verblijf van 119 weken wordt het album niet alleen goud maar ook platina. Eind 1972 wordt Jesus Is Just Alright de tweede single.

In april 1973 scoren de Doobies hun eerste top 10-hit met Long Train Running, de voorbode van het in juni te verschijnen album The Captain & Me. Het haalt de zevende plaats en de tweede single China Grove wordt in augustus een nr. 15-notering. Andere nummers op "Captain" zijn Simmons' country-pastiche South City Midnight Lady en het stevig rockende Without You dat door de hele band is geschreven. Bij liveoptredens wil laatstgenoemd nummer wel eens uitlopen in een vijftien minuten durende jam met geïmproviseerde teksten van Johnston, zoals te horen in de opnamen die zijn gemaakt voor de eerste aflevering van "Rock Concert".

Ondertussen is Michael Hossack in september opgestapt om zijn eigen band (Bonaroo) op te richten. Hij wordt vervangen door Keith Knudsen. In december 1973 wordt Tom Johnston gearresteerd wegens marihuana-bezit.

In 1974 verschijnt What Were Once Vices Are Now Habits. Dit vierde album haalt de vierde plaats en bevat bijdragen van zowel Hossack als Knudsen en Steely Dan-gitarist Jeff 'Skunk' Baxter die bij enkele optredens meedoet als gastmuzikant. Als Steely Dan in juli met toeren stopt treedt Baxter in vaste dienst van de Doobies. De eerste single Another Park Another Sunday komt niet verder dan nr. 32 maar de B-kant, het door Simmons gezongen Black Water, wordt in december 1974 de eerste #1-hit en verkoopt meer dan twee miljoen exemplaren.

Tijdens de "Vices & Habits"-tournee krijgt de band regelmatig versterking van de Memphis Horns (ook in de studio). Het schema is echter zo zwaar dat Tom Johnston door oververmoeidheid verstek laat gaan voor een oudejaarsconcert met de "Beach Boys", "Chicago" en Olivia Newton John. Dit is slechts een voorproefje van wat hem te wachten staat.

In het voorjaar 1975 verschijnt Stampede, de tweede nr. 4-notering en de vierde gouden plaat. Op dit western-getinte album waagt Johnston zich aan de Motown-cover Take Me In Your Arms en krijgt hij bijval van Ry Cooder in de countrysong Rainy Day Crossroad Blues. Simmons levert het atmosferische I Cheat The Hangman en Neal's Fandango, een eerbetoon aan Santa Cruz in het algemeen en Jack Kerouac en Neal Cassady in het bijzonder.

Take Me In Your Arms wordt de eerste single en haalt in mei de elfde plaats, maar vlak na de aftrap van de Stampede-tournee slaat het noodlot toe. Tom Johnston wordt in het ziekenhuis opgenomen met maagbloedingen. Op advies van Baxter wordt Michael McDonald (afkomstig uit Steely Dan) aangetrokken als invaller. De zwaarbebaarde pianist neemt een deel van Johnstons zangpartijen voor rekening waaronder Take Me In Your Arms. Porter, Knudsen en Simmons doen de rest. "Mijn vertrouwen in de band was niet al te groot omdat ik alleen maar was ingehuurd om de (tournee) af te maken" vertelt Michael McDonald. Maar dat verandert als de Doobies de studio ingaan voor een nieuwe plaat en Johnston door zijn gezondheidsproblemen slechts een nummer (Turn It Loose) heeft kunnen bijdragen plus wat achtergrondzang op Simmons' Wheels of Fortune terwijl zijn afwezigheid wordt verwoord in Porters For Someone Special. McDonald stelt vier van zijn songs beschikbaar waarmee hij voor een koerswijziging zorgt en definitief tot de band toetreedt. Het in april 1976 uitgebrachte Takin' It To The Streets wordt een groot succes en McDonald's soulstem groeit uit tot het nieuwe handelsmerk van de band.

Tom Johnston was begin 1976 even terug totdat hij door oververmoeidheid weer afhaakte. Voor de in 1977 te verschijnen opvolger Livin' In A Fault Line schrijft Johnston vier songs, maar vlak voor de release laat hij deze weer verwijderen vanwege de ondermaatse kwaliteit. Tom Johnston houdt het voor gezien en begint een solocarrière. "Fault Line" gaat verder op de ingeslagen weg en bevat onder andere de Motown-cover Little Darling (I Need You), Echoes Of Love en You Belong To Me. Het album wordt gepromoot met een gastrol in de comedyserie "What's Happening" en een concert in het muziekprogramma Soundstage-concert.

De McDonald-jaren bereiken in 1978 hun hoogtepunt met Minute by Minute. Zowel het album als de single What a Fool Believes worden #1 en slepen drie Grammy Awards in de wacht.

Ondertussen begint het succes z'n tol te eisen. Jeff Baxter, John Hartman en de tot percussionist/zanger gepromoveerde roadie Bobby La Kind vertrekken na een televisie-optreden in "Saturday Night Live" en een tournee door Japan. Vervangers worden gevonden in gitarist John McFee, drummer Chet McCracken en saxofonist/pianist/zanger Cornelius Bumpus. Met deze bezetting worden er in New York twee No Nukes-concerten gegeven met gelijkgestemde artiesten als Bonnie Raitt, Crosby, Stills & Nash, James Taylor, Carly Simon, Jackson Brown en Bruce Springsteen.

In 1980 verschijnt One Step Closer. Hoewel Real Love en het door Bumpus gezongen titelnummer weer hits worden blijft het album achter bij de drie voorgangers. De reden is dat de Amerikaanse hitlijsten langzamerhand volstaan met platen die klakkeloos de McDonald-sound kopiëren. Ondertussen is Tiran Porter opgestapt omdat hij het eindeloos toeren en het overmatige cocaïnegebruik zat is. Hij wordt vervangen door sessiebassist Willie Weeks. Ook Keith Knudsen gaat afkicken. Tijdens zijn afwezigheid valt Andy Newmark in. Bobby LaKind is terug als vast bandlid.

Als Pat Simmons eind 1981 z'n vertrek aankondigt wordt de rest voor de keuze gesteld: doorgaan als de Doobie Brothers zonder de originele leden en zonder de originele sound of stoppen. Na een repetitie zonder Simmons besluiten ze om te stoppen, maar niet alvorens een afscheidstournee te hebben ondernomen. Simmons, druk bezig met de opnamen van zijn eerste soloplaat, doet mee op voorwaarde dat dit echt de laatste keer is. Het slotconcert in het "Greek Theater" in Berkeley wordt live uitgezonden op televisie. Tom Johnston komt langs voor China Grove en tijdens Listen To The Music verschijnen Tiran Porter, Michael Hossack en John Hartman op het podium. In plaats van genoemd nummer te zingen gaat Johnston gitaarbattles aan met Simmons en McFee.

In 1985 sluiten Tom Johnston en Michael Hossack zich aan bij Border Patrol, een band die veelvuldig door het Amerikaanse clubcircuit toert maar geen plaatopnamen maakt. In 1986 herenigt Johnston zich met Pat Simmons voor een vergeefse poging een duo-album te maken. Daarna neemt voor de soundtrack van Dirty Dancing het Huey Lewis & the News-achtige nummer Where Are You Tonight? op.

Tijdens de Doobie-loze jaren hebben diverse leden, in wisselende samenstellingen, Kerstconcerten gegeven voor een kinderziekenhuis. In 1987 komt het tot een echte reünie wanneer Keith Knudsen een benefietconcert organiseert voor de Vietnamveteranen en elf ex-Doobies zover weet te krijgen om daaraan mee te doen. Tom Johnston, Pat Simmons, Jeff Baxter, John McFee (gitaristen), John Hartman, Michael Hossack, Chet McCracken, Bobby LaKind, Knudsen en Templeman (drummers/percussionisten), Michael McDonald, Cornelius Bumpus (pianisten) en Tiran Porter (bassist). Door overweldigende belangstelling wordt het concert een tournee langs twaalf steden met elke avond een andere set in een andere bezetting. McDonald, McFee en Knudsen zijn niet aanwezig bij de finale op het Peace Concert in Moskou op 4 juli.

Omdat de tournee een succes is besluit de band om door te gaan in de bezetting waarmee Toulouse Street en The Captain & Me is opgenomen. Dit is Johnston, Simmons, Hartman, Porter en Hossack aangevuld met LaKind. In 1989 brengen ze het album Cycles uit dat herinneringen oproept aan het pre-McDonald-tijdperk en twee singles voortbrengt; het China Grove-achtige The Doctor en de Isley Brothers-cover Need A Little Taste Of Love. Cycles is een succes (goud) en wordt gepromoot met een tournee waaraan ook Bumpus meedoet. Samen met Simmons zingt hij het enige nummer uit de McDonald-jaren: One Step Closer. Versterking komt er van toetsenist/gitarist Dale Ockerman en percussionisten/zangers Richard Bryant en Jimi Fox. Die laatste twee vervangen Bobby LaKind die door ziekte moest afhaken.

In de aanloop naar het volgende album (het in 1991 uitgebrachte Brotherhood) wordt ook het oude imago in ere hersteld. Hoewel het als een van hun beste albums wordt beschouwd weet Brotherhood het succes van Cycles niet verder te zetten. Het komt niet verder dan de 82e plaats en de bijbehorende tournee wordt een financiële mislukking.

In maart 1992 is McDonald aanwezig bij een eenmalig optreden in Memphis. Op 17 en 18 oktober komt de benefietbezetting bijeen voor twee concerten in Concord, Californië om geld in te zamelen voor het gezin van Bobby LaKind. Hoewel de man zichtbaar achteruit is gegaan beschikt hij nog over voldoende kracht om een paar nummers mee te spelen. Beide concerten worden opgenomen en uitgezonden met een oproep om het LaKind-fonds te steunen. Bobby LaKind overlijdt op Kerstavond.

In 1993 besluiten John Hartman en Tiran Porter om er definitief mee te stoppen. Het vertrek van Porter en Hartman betekent de terugkeer van Willie Weeks en Keith Knudsen en ook Cornelius Bumpus is weer van de partij. Pat Simmons is zijn eigen voorprogramma als lid van "Four Wheel Drive" tijdens de 22 concerten die plaatsvinden tussen 7 augustus en 6 september. Halverwege de tournee stappen Weeks en Bumpus op. Ze worden vervangen door John Cowan en Danny Hull. Chet McCracken valt in voor een gewonde Hossack. Ondertussen scoren de Doobies een Engelse top 20-hit met een remix van Long Train Runnin' . Listen To The Music krijgt dezelfde behandeling maar doet het minder.

In juli 1994 komen Europa, Australië en Nieuw-Zeeland aan de beurt tijdens een dubbeltournee met "Foreigner". Er wordt dusdanig met de live-set geëxperimenteerd dat men het weer aandurft om hier en daar Michael McDonald-nummers te spelen. De in 1995 aangetrokken bassist Skylark zingt samen met Simmons Takin' It To The Streets. En dankzij een open deur-beleid voor ex-leden is McDonald himself te gast tijdens de "Dreams Come True"-tournee van dat jaar met de Steve Miller Band. Bumpus is weer aanwezig, Chet McCracken valt in voor Keith Knudsen en Bernie Chiaravalle voor John McFee. In 1996 verschijnt de live-registratie Rockin' Down The Highway: The Wildlife Concert. McDonald is vertegenwoordigd met drie nummers en in de daaropvolgende jaren doet hij af en toe mee tijdens benefietconcerten en besloten feesten. Chet McCracken, Dave Shogren en Cornelius Bumpus vallen echter buiten dat open deur-beleid nadat ze een Doobie Brothers-tribute oprichten en door de echte Doobies voor de rechter worden gesleept wegens naamsmisbruik. Shogren en Bumpus overlijden respectievelijk in 1999 en 2004. Ondertussen is Dale Ockerman vervangen door Guy Allison en Danny Hull door Marc Russo.

Na de CD-box Long Train Runnin' 1970-2000 verschijnt in 2000 een nieuw album. Siblin' Rivalry bevat nummers van alle bandleden en levert daardoor een diversiteit aan stijlen op. Volgens critici is dat juist de reden dat het album niet verkoopt. Zelfs Tom Johnston blijkt geen voorstander van deze elk-wat-wils aanpak.

In 2001 krijgt Michael Hossack een motorongeluk. Tijdens zijn herstel neemt M.B. Gordy zijn plaats in terwijl Marc Russo tijdelijk wordt vervangen door Ed Wynne. In 2004 worden de Doobies opgenomen in de "Vocal Group Hall of Fame" en komen ze naar Europa voor een paar concerten. Na terugkeer van Hossack blijft Gordy tot 2005 aanwezig als percussionist. Datzelfde jaar overlijdt Keith Knudsen aan leukemie. Ed Toth neemt zijn plaats in. Datzelfde jaar geven de Doobie Brothers de eerste van drie jaarlijkse benefietconcerten voor Bruce Cohn. In 2006 krijgen ze versterking van Michael McDonald die na een magere periode in de jaren 90 weer succes heeft met zijn soulcoveralbums. In 2007 ondergaat Tom Johnston een keeloperatie en moet hij een deel van de zomertournee aan zich voorbij laten gaan. Simmons en McFee vangen zijn afwezigheid op en ook nadat Johnston terugkeert bieden ze vocale ondersteuning.

In augustus 2008 raakt Michael Hossack opnieuw gewond, dit keer bij een taxi-ongeluk. Hij is meer dan een half jaar uit de running. Ondertussen toert de band met Chicago. Op 1 januari 2009 spelen de Doobies tijdens de pauze van de FedEx Orange Bowl football-wedstrijd in Miami, Florida. In de zomer doet de band een reeks gezamenlijke optredens met "Bad Company".

In de zomer van 2010 toert de band weer met Chicago. Skylark en Hossack zijn er om gezondheidsredenen niet bij. In september verschijnt het album World Gone Crazy dat door Templeman is geproduceerd en gastbijdragen bevat van onder anderen Michael McDonald, Willie Nelson en Santana-percussionist Karl Perazzo. Het titelnummer is volgens Johnston "deels geïnspireerd door het feit dat de wereld is doorgeslagen; wat er nu allemaal gebeurt zou twintig jaar geleden ondenkbaar zijn geweest". In maart 2012 overlijdt overlijdt Hossack aan kanker en verschijnt een DVD met een documentaire en televisie-optredens .

Invoerdatum
08-12-2015 09:29:05
Ingevoerd door
Humphrey56