Geschiedenis

Een geschiedenis van design, verteld door lampen

Door Simone | 21 december 2020

Het ontwerp van lampen heeft een lange weg afgelegd sinds de gloeilamp, die de manier waarop we leefden en de wereld zagen, veranderde. Maar de evolutie van verlichting en lampen is niet alleen een verhaal over elektrische uitvindingen. De verschillende vormen, materialen en stijlen die bij het ontwerpen van lampen worden gebruikt, kunnen ons zelfs veel vertellen over de geschiedenis van design in het algemeen.


De eerste lampen


Voordat Edison en Swan bijna gelijktijdig hun gloeilampen uitvonden, hadden minstens 22 uitvinders al een soortgelijk product gemaakt. Wat aan de lampen van Edison en Swan opviel, was dat ze geschikt waren voor massaproductie en daarom meer commercieel haalbaar waren. In plaats van met elkaar te concurreren, sloegen Edison en Swan de handen ineen en richtten in 1883 de Edison and Swan Electric Light Company op. De eerste lampen waren uiterst functioneel, met een vrij eenvoudig ontwerp op een moment dat de samenleving zich aanpaste aan deze nieuwe, kaarsvrije manier van leven. Maar het duurde niet lang voordat mensen begonnen te experimenteren met creatievere ontwerpen.


Art nouveau


Een goede vuistregel als het gaat om kunst- en designgeschiedenis is de wetenschap dat de meeste bewegingen een reactie zijn op eerdere bewegingen. Dus nadat de rook uit het industriële tijdperk was opgetrokken, begonnen mensen aversie te ontwikkelen tegen de massa-industrie en Victoriaans design. In Engeland nam dit de vorm aan van de Arts & Crafts-beweging, geleid door William Morris, die alles te maken had met vakmanschap en natuurlijke elementen.

Tegelijkertijd ontstond een soortgelijke, minder rigide beweging. Gedefinieerd door patronen geïnspireerd door de natuur - bloemstelen, golvende lijnen en asymmetrische vormen - was de beweging bekend onder vele namen. In Duitsland heette het jugendstil, in Italië de stile liberty en in Groot-Brittannië werd het ‘de decoratieve stijl’ genoemd. Het was echter de Franse naam die bleef hangen: art nouveau. Belangrijke designmomenten in dit tijdperk waren de nieuwe vorm van legering door de Osiris-fabriek in Duitsland, perfect voor het gieten van organische vormen, en de wereldberoemde glasontwerpen van Louis Comfort Tiffany.

Links: het ontwerp van Dirk van Erp Art & Crafts Lamp | Rechts: Tiffany Lamp


Modernisme


Hoewel de meeste mensen bekend zijn met het modernisme van de jaren 50 en 60, heeft de beweging zijn wortels in het begin van de 20e eeuw. Het modernisme was ook niet per se een reactie tegen de art nouveau, zoals blijkt uit werken van onder meer Charles Rennie Mackintosh en Frank Lloyd Wright die ook geïnspireerd zijn door natuurlijke vormen. Louis H. Sullivan vat de essentie van het modernisme samen in één fundamenteel principe met de volgende zin: 'vorm volgt functie'.

Mackintosh, Wright en Sullivan hadden een enorme invloed op design in de VS en Europa. Hun werk leidde tot enkele van de meest interessante kunst- en designstromingen in de 20e eeuw, waaronder futurisme, kubisme en constructivisme. In Duitsland was er de Werkbund-school die de modernistische ontwerpideeën toepaste op in massa geproduceerde meubels en huishoudelijke voorwerpen, en in Nederland werd een tijdschrift getiteld De Stijl opgericht om radicale theorieën naar voren te brengen over hoe kunst en objecten eruit zouden moeten zien. Rond dezelfde tijd richtte Walter Gropius de Bauhaus school voor ambacht en design op, waar alles draaide om eenvoudige en functionele vormen, te zien in ontwerpen zoals de ME1-lamp van Wilhelm Wagenfeld.


Links: Frank Lloyd Wright Lamp | Rechts: ME1 Lamp van Wilhelm Wagenfeld

Art deco


In 1925 organiseerde de Franse regering een enorme wereldtentoonstelling, de ‘Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes’ (afgekort art deco), om de nieuwe ‘style moderne’ van design te presenteren. Het werd gehost in Parijs, trok ongeveer 16 miljoen bezoekers en werd meteen een wereldwijde sensatie.

Omdat art deco is ontleend aan veel verschillende, soms tegenstrijdige bronnen, verenigd door een verlangen om modern te zijn, is het niet altijd gemakkelijk om te definiëren wat art deco eigenlijk is. Er waren rechte lijnen en geometrische vormen van het kubisme, er waren invloeden van Chinese, Japanse, Indiase, Perzische, Oud-Egyptische en zelfs Maya-kunst, terwijl er gebruik werd gemaakt van zeldzame en dure materialen, zoals ebbenhout en ivoor, allemaal prachtig vervaardigd. De verschillende aspecten van art deco-design worden weerspiegeld in de verscheidenheid van het werk van Émile-Jacques Ruhlmann, René Lalique en het ontwerpersduo Louis Sognot en Charlotte Alix.


Émile-Jacques Ruhlmann | René Lalique | Sognot & Alix


Modernisme van het midden van de 20e eeuw


De Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan de weelde van art deco. Middelen waren schaars. Landen die voorheen leidend waren in kunst en design, zoals Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland, werden het meest getroffen en na de oorlog lag de focus op de wederopbouw van het continent. Ondertussen betekende de terugkeer van de soldaten dat de Amerikaanse economie floreerde, alle veteranen hadden immers huisvesting en meubels nodig. Dit, en het feit dat veel van Europa's beste ontwerpers naar de VS waren geëmigreerd, leidde ertoe dat het epicentrum van design verschoof van Parijs en Berlijn naar New York City. Het modernisme van het midden van de 20e eeuw was geboren. In New York werden Charles & Ray Eames, Florence Knoll en George Nelson beroemd.

Terwijl Europa nog steeds herstellende was van de oorlog, wilden lampontwerpers graag reageren op de Amerikaanse design hype. In Kopenhagen maakte Poul Henningsen zijn beroemde PH lamp en Arne Jacobsen creëerde het SAS Royal Hotel, de Swan and Egg Chairs en de AJ lamp. In Finland heersten eenvoudige en elegante vormen en mensen als Lisa Johanson-Pape creëerden de Iittala. Enkele van de meest bijzondere ontwerpen kwamen echter uit Italië. Achille Castiglioni ontwierp de stijlvolle Arco-lamp, terwijl Vico Magristretti de Dalu-tafellamp ontwierp.

PH Lamp van Poul Henningsen

Pop en postmodernisme


Het is bewonderenswaardig om objectief mooie en functionele items te maken, maar wat gebeurt er als het idee van goed ontwerp wordt afgedankt? Dit is wat Ettore Sottsass, Ennio Lucini en George Sowden deden met hun Anti-Design beweging. In plaats van zich te concentreren op de rigide regels van schoonheid die door de modernistische beweging zijn vastgesteld, vonden anti-ontwerpers dat objecten uniek en functioneel moesten zijn en je aan het denken moesten zetten. Het doel was nooit om tijdloze objecten te maken.

Studio Alchimia en The Memphis beweging bouwden verder op deze ideeën, met name met de Sinerpica lamp van Michele de Lucchi, Super lamp van Martine Bedin en de Tahiti tafellamp van Ettore Sottsass. Op zijn beurt was de New Design-beweging onderweg, met een opvallende ontwerper Philippe Starck, die terugblikte naar de art nouveau met zijn ‘Miss Sissi’ lamp.

Super Lamp door Martine Bedin

____________________

Ontdek onze lampencollectie in onze verlichtingsveilingen. Of registreer je als verkoper

Ontdek meer verlichting | design en vintage | interieur en decoraties

Deze artikelen vind je misschien ook interessant:

Ontdek art nouveau over de hele wereld

De verhalen achter iconisch 20ste eeuws meubelontwerp

Hoe zorg je voor de beste verlichting van jouw foto‘s

    Maak je gratis Catawiki account aan

    Bij Catawiki word je elke week verrast met ons aanbod van bijzondere objecten. Meld je vandaag aan en verken onze wekelijkse veilingen die door ons team van gespecialiseerde experts worden samengesteld.

    Maak account
    Deel dit artikel
    Close Created with Sketch.
    Nog niet geregistreerd?
    Door gratis een Catawiki-account aan te maken, kun je bieden op onze 50.000 bijzondere objecten die iedere week geveild worden.
    Registreer nu